Artikels & Filmpjes

Loslaten

Door Fleur Preckler

Loslaten. 

Ik zit in de tuin. Warme hoodie, tas rooibosthee, favoriete mok dicht tegen me aan, ik blaas geurige theedampen de frisse herfstlucht in. De zon schittert tussen ritselende bomen en ik ruik de geur van natte bosgrond. Mijn honden snuffelen met me mee, al heb ik naar wat zij nog ruiken met hun natte wiebelneusjes alleen maar het raden.

En ik bedenk me dat wij naar zoveel het raden hebben, eigenlijk. Toch? Weten wij veel.

Waarom doen we dat? Waarom die drang om te verklaren, weten, veranderen. Welke verwachtingen willen we ingelost eigenlijk? En van wie verwachten we dan iets. Hoeven wij echt te weten dan?

Ik denk dat het dat is, wat Ineke en ik met elkaar gemeen hebben (bovenop een salopette en een gezonde portie je-m’en-foutisme), wij hoeven niet zozeer te weten. Het voelt als een opluchting, voor ons, dat al dat weten als een last van onze schouders is gevallen.

Want als je niet meer hoeft te weten, dan komt er voelen in de plaats. Dan leven we minder boven onze schouders, net dichter bij onze warme buik. Daar kunnen we voelen, aanvaarden, meegolven, en zijn. 
Daar ontstaat, daar bestaat, onvoorwaardelijk.

En dus moet ik glimlachen, zo boven mijn tas thee, omdat ik het echt bijzonder bevrijdend vind, weet ik veel. 
Ik hoef niet te weten. Ik ben hier gewoon. En de herfstbries wervelt om me heen. 
Ik wervel mee. Luid zingend vaak, soms angstig afwachtend, maar ik wervel mee. 
Ik vertrouw in dat krachtige voelen van mijn warme buik en ik durf te kijken naar de dingen die ik zie. 
Echt zie. Echt voel. Echt hoor.

Zomaar, onvoorwaardelijk, geen verwachtingen. Gewoon, wervelen.

Ik zucht, want hoe breng ik dit dan onder woorden? Hoe maak ik hiervan een advies voor de mensen die ik begeleid?

Een flinke bries waait de laatste hardnekkig vastklampende bladeren van de berk bij de buren, en ook zij laten uiteindelijk los. Ritselend fonkelend dwarrelen ze naar beneden om een heel voorjaar, een hete zomer achter zich te laten. Ze leggen zich neer. In de prachtigste kleuren en met een opluchtende vanzelfsprekendheid wiegen ze zacht en vol vertrouwen richting natte bosgrond. Ze laten los.

Ik laat het los.

Start de dag met Scout’s 10 levenslessen

Of hij ook zo’n mok kon hebben. Daar zou hij zo blij mee zijn. Toen dacht ik: goed dan. Ik stel ze te koop, zodat iedereen ervoor kan kiezen om elke dag te starten met een herinnering aan wat het betekent om te leven. Precies zoals Scout me dat heeft geleerd.

Scout’s 10 Life Lessons:

1. Keep away from cholla cactus

2. When scared, take time

3. When tense, play a game

4. Break the rules when nobody’s watching

5. Fox poop is best rubbed on cheeks

6. Sniff the wind, it’s different every day

7. Always nudge fellas in the crotch

8. Only listen to friendly people, avert the bullies

9. When ignored, bark louder

10. A good howl settles the mind

Misschien heb je deze Scout-mok graag voor jezelf, of maak je er liever iemand anders blij mee. Met de aankoop van deze mok steun je Together Alive vzw. De prijs bedraagt €11,50/ mok, plus €5 verzending. Bestellen doe je met een mailtje naar Ineke@shewolf.be, en dan komt Scout spoedig jouw richting uit.

Alvast bedankt voor je steun!

Tussen de bizons

Door Ineke Vander Aa

Deze foto werd daadwerkelijk daar en op dat moment getrokken.

Enkele jaren geleden werd ik misselijk in een wagen. We kronkelden over de banen van Yellowstone National Park in de VS.

‘Stop,’ zei ik, ‘ik moet eruit.’

Door de ramen had ik niet meer gekeken. Van mijn omgeving was ik me weinig bewust. Het enige wat ik dacht, was: ‘Don’t throw up in the van.’

Mijn begeleider parkeerde en hielp me naar buiten. Daar plantte hij me op een omgevallen boomstronk.

‘Neem je tijd,’ zei hij, ‘maar blijf rustig zitten. Ik blijf hier naast je, tot je beter bent.’

Ik sloot mijn ogen. Na enkele minuten kon ik beter ademen. Pas dan keek ik op van het gras bij mijn voeten.

We zaten daar temidden van een reusachtige kudde bizons. Rondom ons graasden ze. Moeders met hun kalfjes. ‘Red dogs’, worden ze genoemd. Hun groteske bruine lijven bewogen traag door het landschap.

Vermoedelijk had ik er lang genoeg misselijk zitten wezen, waardoor ze hadden besloten dat ik weinig dreiging vormde.

Daar, op die vlakte tussen de prehistorische grazers. Daar, tussen wouden waarin grizzly beren en wolven dwaalden. Daar op die boomstronk, voelde ik me veilig.

Ik herinner me weinig details over de stand van de oren van de bizons, hun staart of andere lichaamssignalen. Een week daarvoor had ik nog nooit een echte bizon gezien. Laat staan een wilde. En toch zat ik daar en hadden we een gesprek. Ik zag wie er nog naïef genoeg was om op een achteloos drafje naar een vriendje te lopen. Wie me in de gaten hield, maar besloot dat ik weinig gevaar vormde. Wie de taak op zich nam om me toch maar niet uit het oog te verliezen. Wie traag zei: ‘blijf jij maar zitten, ik ga wel weg.’

Bizons behoren tot de meest gevaarlijke dieren in Yellowstone. Toeristen benaderen ze te vaak met de intentie om een selfie te nemen met het dier, waardoor ze alleen maar praten en stoppen met luisteren. Dat doen ze totdat de bizon het storende moment met geweld beëindigt. Het is een soort dovemansgesprek dat ik zie terugkeren tussen mensen en honden.

Wanneer je met een telescoop het land afspeurt naar wolven, zou het kunnen dat een kudde bizons je nadert of andersom. Als je dan geen wederzijds gesprek voert, stopt je expeditie daar.

Door het oog van de telescoop zag ik gezinnen van wolven. Vaders die hun kinderen te eten gaven, terwijl ze op uitkijk bleven. Hoe zijn staart stond, maakte eenvoudigweg deel uit van een uniek geheel.

Ik denk dat het nuttig kan zijn om te beseffen dat een kwispelende hond niet altijd blij is. Dat een smakkende en wegkijkende hond zich vermoedelijk ongemakkelijk voelt, en dat grommen een waardevol signaal is dat er meestal toe dient om verdere conflict-escalatie te voorkomen.

Werkelijk in contact treden met elkaar, gaat verder dan signalen afvinken. Dat doe je niet vanuit ‘ik, als mens, weet, interpreteer en verklaar’. Dat kan je alleen vanuit ‘ik, dier onder dieren, voel wanneer ik naar je kijk.’

In workshops over lichaamstaal bij de hond had ik het over het verschil tussen een linker- en een rechterkwispel. Over kalmerende signalen en contextuele verschillen. Wat ik merkte, was een toename in oppervlakkige observaties. Aandacht die verlegd werd naar het zoeken van verklaringen. Opsommingen van zogenaamd onbetwistbare feiten. Minder vragen, meer kennis.

Werkelijk contact schuilt niet in kennis. Het kan de weg ernaartoe openen, maar het kan de weg ernaartoe ook afsluiten.

Werkelijk contact met andere dieren kan geen boekje je leren. Daarvoor moet je van de pedestal stappen die we als mens voor onszelf hebben gebouwd. Zet je voeten op de grond. Dezelfde als die waarop de andere dieren lopen. Kijk ze in de ogen, als je wil. Tel geen lichaamssignalen. Kom uit je hoofd, en daal af in je lichaam. Een lijf waarin bloed stroomt en een hart klopt. Waarin longen ademen. Waarin voer wordt verteerd en waarin emoties sturen.

Dat bedoelde ik, wanneer ik op het Friendly with Dogs-congres zei dat je je boekje met lichaamssignalen mag wegleggen wanneer je naar je hond kijkt en vraagt: ‘Hoe gaat het met jou?’.

Daarvoor hoef je geen derde oog tussen je wenkbrauwen te schilderen. Het enige wat je daadwerkelijk dient te doen, is te zijn. Daar. Op dat moment. Als dier onder dieren.

Wandelen, waarom?

Door Ineke Vander Aa

Je kan dit artikel hier lezen, of luisteren naar deze audio.

De komende minuten hoef je enkel te luisteren naar je gedachten. Je kan de stilte opzoeken en een moment nemen om te vertragen. Neem een pauze waar je gedachten voelt praten, en schep ruimte voor oprechtheid. Niemand anders hoort jouw gedachten, buiten jijzelf.

We staan stil bij de manier waarop we wandelen met onze honden. Dit artikel vervangt namelijk de lezing over wandelen die wegens hedendaagse maatregelen werd geannuleerd. Wat ik die avond wilde vragen, is: ‘Waarom wandel jij?’

Laat die vraag sudderen. Waarom wandel jij met je hond?

Let op de antwoorden die zich bij je aandienen, en hou ze vast.

Als je een beeld hebt gevormd van dat antwoord, stel ik een volgende vraag: ‘Waarom wandelt je hond?’

Let ook op de antwoorden die zich hier bij je aandienen, en hou ze vast.

Als ook deze antwoorden bij je gaar zijn, vraag ik je om terug te denken aan een wandelmoment waar je een wrang gevoel aan overhoudt. Dat zijn meestal de momenten waardoor je terechtkomt op een lezing over wandelen met je hond. Vaak zijn het momenten waarop we ons schaamden. Misschien voelden we ons machteloos en een beetje gefrustreerd. Daar willen we iets aan veranderen, dus contacteren we een hondentrainer en schuimen we lezingen en workshops af op zoek naar dat ene antwoord. Die ene oplossing.

Waar was je op dat moment? Weet je dat nog?

Waar lag jouw aandacht op het moment dat dat wrange gevoel overheerste?

Ik reis enkele jaren terug in de tijd en sta op het voetpad van een dicht bebouwde omgeving met Maya. Ik herinner me haar schorre gehijg terwijl ze de leiband strak trok. Haar blik die glazig overal en nergens naar keek. Haar bijna purperen tong en haar voortdurende gepiep.

Vreselijk, die wandelingen met Maya. Ik moest wel, want we hadden geen tuin. Ze moest plassen. En omdat ze zo overdreven reageerde op haar omgeving, vond ik het noodzakelijk om haar meer te ‘socialiseren’. Tegelijk schaamde ik me dood. Daar liep ik dan: beginnend hondentrainer met die trekkende Duitse Herder die uithaalde naar alles wat te snel of te dicht bewoog. Shoot me now, please.

Ik wandelde omdat Maya moest plassen, en omdat ik het noodzakelijk vond om haar bloot te stellen aan bepaalde prikkels. Ik wandelde doelgericht, en mijn aandacht lag volledig bij Maya’s gedrag en hoe ik dat kon veranderen. Ik voel een steen in mijn maag terwijl ik dit typ.

Ik adem hem weg. Traag. Diep. En roep een herinnering op aan een wandelmoment waaraan ik een fijne herinnering overhoud. Doe rustig mee. Ik kies een middag die niet zo lang geleden plaatsvond. Met Dingo dwaalde ik door een natuurgebied. De stilte overheerste. Van buiten druppelde hij naar binnen. Het wandelpad kronkelde langs groene heuveltjes als in een prentenboek. Verderop lagen wilde grazers te herkauwen. Moeders waakten over hun kalfjes. Traag knipperend keken ze ons na. Dingo trippelde aan de lange lijn. Hij nam een moment om de verhalen te lezen die de koeien in de wind wierpen. Ik stond stil in die volle stilte, en voelde me… gelukkig. Samen. Allemaal anders, en toch even levend.

Mijn aandacht lag bij de totaliteit van de omgeving. Daarin bewogen wij slechts. Hij met voldoende ruimte om zijn ding te doen, ik met voldoende stilte om mijn ding te doen. Hij als hond. Ik als mens.

Ik wandelde niet, maar dwaalde. Ik was eenvoudig. Daar, op dat moment en op die plaats.

Tegenwoordig wandel ik het liefst wanneer ik minstens enkele uren tijd heb. Dan kan ik opgaan in dat dwalen. Kijken waar we zin in hebben. Welke richting kiest hij uit? We hebben tijd om even te zitten hier. Om terug te keren of verder te wandelen naargelang onze goesting.

Kortere wandelingen die wranger aanvoelen, hebben meestal een instrumentele waarde. Dat betekent dat het doel van de activiteit buiten de activiteit ligt. Vanmorgen wandelde ik bijvoorbeeld omdat één van mijn honden duidelijk nood had aan beweging. Ik wandel dan mee omdat we in een maatschappij wonen waar honden niet veilig alleen op stap kunnen. Ik zet de pas erin en kijk elk kwartier naar mijn telefoon. Hoeveel tijd nog? Heeft die ene persoon al teruggebeld? Is dat mailtje al beantwoord? Vooruit, kerel, straks staat m’n volgende afspraak aan de deur.

Wat een waanzin.

Wanneer we een activiteit uitvoeren met een instrumentele waarde, leggen we onze ware aandacht dus eigenlijk op iets buiten de activiteit zelf. Maya moest pipi doen. Mijo moest bewegen. De activiteit zelf wordt dan een soort instrument en soms een obstakel tot het bekomen van een bepaald doel. Je kan bijvoorbeeld bij jezelf nagaan waarom je een douche neemt, waarom je een tas koffie drinkt en waarom je het werk doet dat je doet. Waarom heb je kinderen en waarom lig je ‘s avonds naast die persoon in bed?

Als we teveel activiteiten doen omwille van hun instrumentele waarde, lopen we volgens filosoof Mark Rowlands het risico dat we het gevoel krijgen telkens maar ergens achteraan te hollen. We blijven achter met een gevoel van onvoldoening, omdat we vaker onze aandacht leggen bij het intrument dan dat we het doel werkelijk bereiken. Vervolgens gaan we harder werken aan dat instrument, in de hoop ons doel zo sneller en vaker te bereiken. Het resultaat is een vicieuze en vermoeiende cirkel van doelen najagen. Ondertussen gaat het leven voorbij.

We kunnen activiteiten ook uitvoeren omwille van hun intrinsieke waarde. Dat betekent dat de waarde ervan binnen de activiteit zelf ligt. Het behelst geen extern te behalen doel. Wanneer ik me positioneer voor een les yoga, doe ik dat omdat ik de nood voel om mijn hoofd vrij te maken. Om naar mijn lichaam te luisteren en de rest van de wereld even het zwijgen op te leggen. Dat zijn allemaal externe doelen. Maar eens ik me in de concentratie bevind van een bepaalde pose, ga ik volledig op in het moment. Ik ben vergeten waarom ik hier eigenlijk aan begon, en mijn aandacht ligt volledig bij mezelf binnen de totaliteit van de omgeving.

Zo kunnen we ook wandelen. We kunnen vertrekken met een vage instrumentele waarde, zoals de hoop op het ervaren van rust. Maar we kunnen gaandeweg kiezen waar we de waarde leggen van deze wandeling. Bij een extern doel? Of bij de waarde van het moment zelf? Daar, op die plek en samen met alles wat zich rondom jullie bevindt.

Mark Rowlands schrijft: ‘Alleen intrinsiek waardevolle dingen kunnen aanspraak maken op onze liefde. Een van de belangrijkste taken in het leven is je te omringen met dingen die je liefde waard zijn – en in staat zijn deze dingen te onderscheiden van de dingen die dat niet zijn.’

Een activiteit met een intrinsieke waarde, daarin schuilt gewaarwording. Daarin schuilt die acceptatie van wat is. Daarin lurkt de rust die de ruimte schept om werkelijk samen te zijn. Ieder binnen zijn eigen beleving.

Met deze gedachten laat ik je.

Wandel ze.

Gevoelige honden en prikkels

Eén vraag vindt zijn weg regelmatig naar mijn mailbox: moeten we prikkelgevoelige honden altijd beschermen tegen prikkels? Hebben ze altijd nood aan minder prikkels dan de gemiddelde hond?

IMG_4940.jpg

Als we over hoogsensitiviteit praten met nadruk op de intensiteit waarmee deze individuen prikkels verwerken, dan kan het zo lijken. Zeker wanneer we waarschuwen voor overweldiging en overprikkeling, waaraan deze honden gevoeliger zijn. Het klopt dat deze honden externe prikkels (zintuiglijke informatie) en interne prikkels (honger, te warm of te koud, gevoelens…) intenser en zonder filter ervaren. Alles komt even intens binnen, en de verwerking in de hersenen leidt sneller tot een gevoel van overweldiging. Alsof het brein oververhit geraakt en vuur zal vatten. Dat uit zich in een verhoogde emotionaliteit, waardoor deze honden lijken te overdrijven in hun gedrag. Ze gedragen zich bijvoorbeeld sneller reactief, angstig, agressief of teruggetrokken.

Het is niet verwonderlijk dat we in deze tijden van overanalyseren de neiging hebben om deze honden in een geluidsarme ruimte te stoppen met watjes in hun neus. Om ze te beschermen.

De vraag of prikkelgevoelige honden nood hebben aan bescherming tegen prikkels, kent geen éénduidig antwoord. Net zoals iedere mens uniek is in zijn mogelijkheden, grenzen en noden, is ook iedere hond dat. Er bestaat dus geen vooropgestelde handleiding die voor iedere prikkelgevoelige hond van toepassing is. Dat maakt het allemaal wat tricky.

Er zijn honden die genoeg hebben aan hun voorspelbare thuisomgeving zonder teveel achtergrondgeluid, met een terloops snuffelwandelingetje in de buurt. Een overvloed aan prikkels kan bij deze honden zorgen voor een verhoogde angstgevoeligheid, algemene prikkelbaarheid, of bijvoorbeeld lichaamskwaaltjes ten gevolge van stress.

Er zijn echter ook honden die prikkelgevoelig zijn en dus tijdig nood hebben aan rust voor een gezonde verwerking, maar die tegelijk houden van actie en avontuur. Ze trekken er graag op uit, voelen zich nieuwsgierig aangetrokken door alles wat nieuw is, en gaan een uitdaging niet uit de weg. Het zijn werkelijk avonturiers in hart en ziel, en kunnen zich eerder gaan frustreren wanneer die goesting naar actie niet wordt bevredigd. Ze kunnen rusteloos lijken. Steeds op zoek naar een nieuwe ‘kick’ en tegelijk snel overweldigd zijn ze, wat zich kan uiten in hyperactief gedrag en een verhoogde prikkelbaarheid.

En dan zijn er nog de zieltjes die de wereld graag op eigen tempo zouden leren kennen, maar die telkens in hun schulp kruipen wanneer ze zich weer overweldigd voelen. Wat daarmee?

Wat we kunnen doen, is onszelf eraan herinneren dat het leervermogen daalt zodra de emotionaliteit stijgt. Wanneer we ons overweldigd of overprikkeld voelen, zullen we prikkels minder goed kunnen verwerken en zullen we er dus minder uit leren. We houden er hoogstens het gevoel aan over dat we deze prikkels niet bijzonder fijn vinden.

Daarnaast kunnen we ons openstellen voor de mogelijkheden en grenzen van de hond waarmee we samenleven. Waar ligt die flinterdunne lijn tussen ontdekking en overweldiging? Sommige honden tonen dat ze zich stilaan overweldigd of plots overprikkeld voelen, door zich te proberen terugtrekken. Anderen kunnen zich druk gedragen of reactief uit de hoek komen.

Hoe toont jouw hond dat hij nood heeft aan rust en prikkelverwerking? Dat kan niemand jou vertellen, buiten je hond. Wel kan je samen met een ervaren privé begeleider waarnemen, om voldoende ruimte te creëren om de boodschap van je hond te laten binnenkomen.

Aangekomen bij de nood aan prikkelverwerking is ook dit sterk individueel verschillend. Je kan je de vraag stellen waar en wanneer jouw hond het beste tot rust komt. Sommige honden hebben voldoende aan een korte pauze om daarna weer verder op pad te gaan. Anderen doen liever een dutje binnen hun veilige thuisomgeving. Sommige honden hebben nood aan een stevig slaappatroon om al die dagelijkse prikkels te verwerken, anderen hebben meer aan intermitterende powernaps.

Daar draait het steeds terugkerende zinnetje om in Dogsitief: kijk naar je hond. Iedere hond is op de eerste plaats een uniek en volwaardig individu, net als ieder van ons. Onze rol is die van waarnemer en verzachter. Waarnemen van de initiatieven die je hond neemt en wat hij je daarmee tracht te tonen. Verzachten van omstandigheden zodat je hond kan avonturieren en verwerken binnen zijn unieke mogelijkheden en grenzen.

 

Meer over honden en hoogsensitiviteit kan je terugvinden in het boek Dogsitief dat in 2019 verscheen.

De video-lezing van betreffend boek kan je na inschrijving volgen op 13/09/20.

Ineke

 

 

 

Kijk naar je hond

Door Ineke Vander Aa:

In ‘Dogsitief, de hoogsensitieve hond begrijpen en begeleiden’, moedig ik aan om te kijken naar je hond. Maar wat bedoel ik daar eigenlijk mee?

Vanuit onze kenniscultuur zijn we geneigd om het te begrijpen als een instructie tot observatie met pen en papier bij de hand. Om signalen op te merken met als doel ze te interpreteren. Dat doen we dan zo objectief mogelijk, en soms halen we een boekje erbij dat ons vertelt wat we zien. Terwijl we observeren en interpreteren, proberen we zo weinig mogelijk te beïnvloeden of te antropomorfiseren.

De ironie ligt erin dat onze nabijheid altijd een invloed uitoefent op de beleving van onze honden, dat we vanuit ons mens-zijn altijd ten prooi vallen aan een vorm van antropomorfisme, en dat geen van beiden altijd negatief hoeft te zijn. We kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om op veilig te spelen en er vanuit te gaan dat onze honden wellicht complex voelende en denkende wezens zijn. Op die manier kunnen we rekening houden met hun gevoeligheden, net zoals we graag hebben dat onze familieleden ook rekening houden met onze gevoeligheden. Net zoals wij graag werkelijk worden gezien als het individu dat we zijn: uniek en volwaardig.

Dat bedoel ik met ‘kijken naar je hond’: tijd en ruimte creëren om je aandacht werkelijk te leggen bij je hond, zonder een bepaald doel. Als we bijvoorbeeld signalen willen interpreteren, is de kans groot dat we (onbewust?) een invulling geven die aansluit bij onze verwachtingen én dat we de context uit het oog verliezen. Er gaat dan een heleboel waardevolle informatie verloren.

Als we eenvoudig de tijd nemen om aandacht te hebben voor elkaar, binnen een sfeer waarin ieder individu de ruimte krijgt om zich te uiten, dan beginnen we elkaar werkelijk te zien. We hoeven geen cirkelgesprekken te voeren over de stand van de staart, maar we kunnen kijken naar waar de interesses liggen van de hond. Wat vind hij belangrijk? Waaraan besteed hij meer of minder aandacht?

Of, beter nog, we kunnen ons helemaal geen vragen stellen en eenvoudig samen ‘zijn’.

Wat we ook kunnen doen, is ons openstellen voor duizend vragen zonder de intentie om op iedere vraag één vast antwoord te zoeken. Vragen stellen, sijpelt het bij me door, is waardevoller dan antwoorden bieden. Vragen stellen nodigt ons uit om te blijven denken en te blijven overwegen. Het nodigt ons uit om met onze volste aandacht te blijven kijken naar onze honden, en het biedt hen de ruimte om volwaardig wederzijds te communiceren.

Een voorbeeld: onlangs zei ik tegen David Pithie dat ik de indruk had dat Maya met de leeftijd trager begint te denken.

David antwoordde: ‘Denkt ze traag? Of denkt ze diep?’

… en met dat ene zinnetje kijk ik weer helemaal anders naar onze lieve (en wijze?) Maya.

8fd6863c-2ba2-4f3c-a9c0-68e6807d94a5
Maya de Wijze

 

Mindful?

Door Fleur Preckler:

We zitten samen op de dorpel van de boshut, hij en ik.

We kijken uit over de velden en ik stel me voor dat dit samen kijken, gedachten laten komen en gaan, mijmeren moet zijn. 

Golvend zachtjes mijmeren, toelaten en weer loslaten van niet geordende gedachten en flarden van woorden, ideeën en zinnen.

Ik bedenk dat het wat zou zijn, moest ik alles wat me nu overspoelt kunnen vastleggen. Dat er vast wel ergens een wetenschapper is die hiervoor iets aan het ontwerpen is. Dat het misschien wel de essentie van creatie is, dit toelaten en loslaten van niet geordende gedachten.

Ik neem me voor om straks, wanneer ik rechtsta om een trui te halen want het wordt toch wel fris en ik moet ook nog koken en had ik eigenlijk al hout voor de kachel of.. om straks eerst aan tafel te zitten en alles wat nu bij me opkomt, die flarden, neer te pennen. Dat zou goed zijn ja, dan doe ik er iets mee.

Tegelijk bedenk ik dat het plots niet langer gedachten laten komen en gaan is, wat ik nu doe, en dat hij waarschijnlijk veel rustiger en echter aan het mijmeren is.

Windlezen, zo vertelde iemand mij. Het is windlezen.

Ik moet denken aan die bekende cartoon die circuleert op internet, waarbij je boven mijn hoofd een gedachtenwolkje zou zien met alle duizend en één dingen waar ik nu toch plots mee bezig blijk te zijn. En boven zijn hoofd de gedachtenwolk met daarin gewoon de afbeelding van hij en ik, op de dorpel.

Ik kijk snel en stilletjes uit mijn ooghoek opzij want wil hem niet storen in zijn ‘zijn’ en zie hoe zijn neusje kleine beweginkjes maakt, zijn oogjes zacht, zijn gezichtje ontspannen.

Wat zou hij lezen in de wind? 

Zou hij begrijpen dat ik het ben die van hem leert en niet omgekeerd? Zou hij me vergeven voor alle beperkingen die de drukte van mijn mensenleven hem oplegt? Ik zoek naar een taal die ons verbindt om hem te zeggen dat het me spijt eigenlijk, dat ik zoveel van hem vraag. Hij zal het wel lezen toch, in de wind? Dat ik er voor hem ben maar me zo vaak tekort voel schieten. 

Hij verschuift een beetje, zucht eens diep en laat zijn hoofd vervolgens zachtjes rusten op mijn knie. Hij sluit de ogen. Het is goed, denk ik. Ik leg mijn hand op zijn hoofdje, en schuif een beetje dichter naar hem toe, want het wordt wat frisser, maar die trui, die kan nog even wachten.

Pakwerk? Opinie.

Door Ineke Vander Aa

Nellie_20

Vanmorgen kreeg ik de vraag of ik een vier maanden jonge Amerikaanse Stafford pakwerk kon aanleren. Ik, die het verhaal schreef van ‘Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn’, een verhaal dat uitnodigt tot stilstaan bij de manier waarop we met honden omgaan.

Vanmiddag wandelde ik voorbij een terrein waar een Mechelse herder aan iemands pakmouw hing, naast een autoritair figuur dat bevelen riep en een groep glimlachende toeschouwers aan de zijlijn. Op de parking klonk vanuit een tiental wagens anticiperend geblaf.

Met mijn strooien hoedje zag ik er misschien als een hippie-achtig, goedgelovig type uit, terwijl mijn Hollandse herder aan een lange lijn liep te snuffelen. Het contrast was onthutsend.

Onze gedachten zijn steeds evoluerende uitvloeisels van o.a. de ervaringen die we hebben gehad. Mijn ideeën kunnen daarom sterk verschillen van die van de glimlachende toeschouwers. Ze hebben zich namelijk gevormd tijdens mijn talrijke ontmoetingen met honden die in opvangcentra terechtkwamen wegens een groeiend veiligheidsrisico. Een factor die ze verontrustend vaak gemeen hadden, was een voorgeschiedenis van pakwerk.

We spreken over wat bepaalde rassen vanuit hun genetische eigenheid ‘nodig hebben’. Over sport, zelfbeheersing, plezier en uitlaatklep.

Misschien vinden sommige honden pakwerk leuk. Dat zou kunnen. Ik kan me er geen beeld bij vormen, omdat ik het nog nooit op die manier heb geïnterpreteerd of ervaren. Mijn idee van plezier ziet er eenvoudig anders uit, en mijn ervaringen met pakwerk speelden zich af in opvangcentra en binnen langdurige trajecten van emotioneel herstel. Sommige verhalen eindigden met een finale zucht wegens een te groot veiligheidsrisico en gebrek aan verantwoorde opvangmogelijkheden. Een ander verhaal vind je in mijn huiskamer, opgelucht omdat geweld niet langer een terugkerende factor is in zijn leven.

Persoonlijk zie ik de noodzaak niet om een hond aan te moedigen tot gewelddadig gedrag. Op die manier plaveien we wegen in de hersenen die alsmaar vlotter begaanbaar worden, waardoor de kans groter wordt dat de hond overgaat tot bepaald gerelateerd gedrag in andere contexten. Een terugkerend argument luidt dat dit eenvoudig niet waar is omdat deze honden steeds ‘onder perfecte appèl’ staan. Het bewijs van tegengestelde ervaringen staat echter in mijn geheugen gegraveerd. Misschien moet ik maar eens lessen pakwerk gaan observeren om het plezier erin te zoeken. En misschien is het een goede deal dat lesgevers pakwerk dan gaan kennismaken met de honden in opvangcentra, en hun vaak uitzichtloze toekomst.

Honden zijn emotionele en denkende wezens, geen te automatiseren machines.

Het is aan ons om stil te staan bij de manier waarop we graag met hen omgaan.

Persoonlijk kies ik ervoor om met mijn honden om te gaan als gelijkwaardige zielen. Met ‘ziel’ bedoel ik een eigen unieke persoonlijkheid met een rijke emotionele beleving en de capaciteit tot zelfstandig denken, waarin veiligheid en verbondenheid centraal staan. En dan bedoel ik verbondenheid op z’n David Pithie’s, niet op de klassieke (en slaafse) hond-baas manier.

Op basis van welke waarden bouwen we onze relatie met elkaar en andere dieren? Een vraag die door iedereen anders zal worden beantwoord, maar die de moeite loont om te laten bezinken.

 

Toen ik het idee had om een gediskwalificeerde politiehond te adopteren…

Door Ineke Vander Aa:

IMG_4370
Dingo, juni 2019

Ongeveer een jaar geleden adopteerden we Dingo via Kirafiki Rescue, een proces dat begon met vele vragen en zweethandjes. Zijn verantwoorde adoptiekansen waren gering wegens ernstige elleboogdysplasie en een geschiedenis van pakwerk. Gekweekt om te intimideren en aan te vallen, was Dingo bij een politiekorps terechtgekomen dat hem afstond wegens zijn lichamelijke gebreken. Na enkele maanden in een koeienstal mocht Dingo voor het eerst proeven van huislijkheid binnen Kirafiki’s opvanggezinnen. En toen kwamen wij aan de beurt.

Omdat ik Dingo die eerste weken moeilijk kon voorspellen en ons gezin vele kwetsbare dierenzielen telt, legde ik de focus primair op het waarborgen van ieders veiligheid en welzijn. Dat was alvast spannend genoeg. Groot werden mijn ogen, toen ik als verse adoptante van een Hollandse herder een regen aan ongevraagd advies over me kreeg. Ik ontmoette een politieagente in een dierenwinkel, waar ze een hoesje kocht om de schokband van haar Mechelse herder mee te verhullen. Ze drukte me op het hart dat een hond die geboren werd om pakwerk uit te voeren, levenslang pakwerk moést uitvoeren. Anders zou hij me vroeg of laat bijten uit frustratie. Ze vertelde me ook dat iedere politiehond vroeg of laat zijn begeleider bijt. Dat moest ik er nu eenmaal bij nemen.

Toen Dingo en ik vanop een veilige afstand een groep drukke honden observeerden, riep een onbekende man dat ik geen angst mocht tonen. Ik moest zelfzeker op de andere honden afstappen en tonen dat Dingo volgen moest. Ik glimlachte alleen maar een beetje versteld.

Ik trok mijn dappere schoenen aan en contacteerde bioloog en veterinair gedragsspecialist Daniel Mills, die droog antwoordde dat hij geen reden zag om een hond, zeker een hond met een pijnlijke handicap, aan te leren om iemand aan te vallen.

Oef. Het idee van pakwerk bezorgt me immers de ‘chills’. Hoe meer een bepaald gedragspatroon voorkomt, hoe meer we dat paadje in de hersenen plaveien en hoe vlotter het voorkomt. Ook in contexten waarin we het liever niet zien terugkomen. De stroom aan herders met een geschiedenis van pakwerk die ik in asielcentra had ontmoet, hadden me dat bevestigd.

Nee, ik had weinig zin om voor Dingo in te vullen wie hij was en wat hij graag deed, op basis van rasgebonden vooroordelen. Ik liet Dingo me dat liever zelf tonen. Langzaam toonde Dingdong zich als een rustig type dat van niets in deze wereld meer houdt dan van affectie en lekker eten. Hij ontpopte zich tot een nieuwsgierige kerel met een onwaarschijnlijk observatie- en leervermogen. Hij imiteerde mijn graad van voorzichtigheid en vriendelijkheid in het omgaan met de andere dieren. (Pfieuw!)

Maar ik zag ook dat Dingo een jongekerel was die niet goed leek te begrijpen wat spelen was, en hoe dat dan moest. Zijn begrip van de lichaamstaal van andere honden leek verstoord. Opwinding interpreteerde hij als een startsignaal van oude lessen in intimidatie en grijpen. Bij dit gedrag toonde hij zich vooral ongemakkelijk en angstig.

De meeste honden die geselecteerd worden om pakwerk uit te voeren, hebben een aangeboren neiging tot angstgevoeligheid. Dat maakt immers dat ze sneller en heftiger reageren, dan een emotioneel stabiele hond. (A. Haverbeke, 2008)

Elke relatie is een steeds evoluerend proces met vallen en opstaan, ongeacht de betrokken diersoorten. Dingo en ik hebben er samen voor gekozen om geen pakwerk uit te voeren. Waar we wel op oefenen, zijn gedragingen als loslaten en bij me komen, zodat dit gedrag vlotter zou voorkomen in het geval dat Dingo ooit de jammere keuze maakt om te grijpen. We doen dingen waar we ons allebei comfortabel bij voelen, en nemen de tijd om elkaars groeiproces daarin af te toetsen. We gaan op snuffeltochten en spelen op onze eigen, eigenaardige manier. We houden elkaar vast en knuffelen elkaar. We gaan samen voor de kippen en de geiten zorgen, en speuren geurtjes op in de tuin. We klimmen over boomstammen in het bos en turen naar de eekhoorns. We blijven voorzichtig. We blijven immer voorzichtig, wetende dat er steeds een veiligheidsrisico aanwezig zal zijn. Maar we leven, we genieten en we evolueren. En stilaan, beetje bij beetje, beginnen we intens te houden van elkaar.

Proficiat met je eerste adoptieverjaardag, prinsje.

Gedachtensprongen van een jonge hond, laatste bladzijde

Door Fleur Preckler, hondencoach bij Shewolf:

96844271_10158327620993373_4302623856889167872_n

Ik ben nieuw hier. Sinds een paar maanden al. Ben ik nieuw hier en jullie. Jullie zijn druk. Lief hoor, maar wel druk.
Ik heb hier 1 plekje voor mezelf, dat ruikt nog wat naar vroeger. Al weet ik niet precies meer wat dat was. Mama?
Is mama vroeger?

Jullie zitten gezellig samen elke avond en er is ook een ding met veel geluid en licht en daar kijken jullie samen naar. Het lijkt er wel gezellig maar ik mag er niet bij, dat zeggen jullie dan. Om beurten gaan jullie later naar boven, de kleinste gaat eerst. Wat jullie daar doen weet ik niet. Ik mag er niet. Maar het lijkt me wel rustig. En donker. En stil.

Ik snap het niet zo goed het is druk en jullie zijn met veel. Veel indrukken en geuren en hoe moet ik dat allemaal leren snappen. Ik ben eigenlijk moe maar dat geluid en dat licht en daar in die andere ruimte daar ruikt iets lekker. Daar is iets warm en geurig ik wil daar dichter bij ruiken en proeven.
Wanneer jij voorbij me wandelt dan spring ik uit mijn mand en volg ik jou. OEPS wat is het hier spannend, ai ik HAP in je broek want het is eng en ik wil laten weten dat ik hier ben en de wereld nog te groot vind. Kan je me helpen kan je me geruststellen?

Nee aw oei ik deed iets fout denk ik, ik moet terug in mijn mand ik mocht niet. Nee ik had niet moeten. Och sorry, SORRY maar ik ben hier nieuw en jullie wereld is zo luid en ingewikkeld en niemand legt het uit en wat ruikt het daar lekker.

Jullie gaan aan tafel, al dat lekkers. Ik weet dat ik niet mag maar ik zou toch even. Mag ik misschien even dichter even nieuwsgierig? Mag ik ruiken alleen maar ruiken zo met mijn snoet in de lucht en misschien even bij je op schoot daar lijkt het veilig. Mag ik, zou ik durven? Ik ga dichter. Ja ik…

Oei. Nee. Nee dat mocht niet jullie zijn boos sorry. Er valt iets op de grond er zijn scherven iemand roept. Ik schrik, ik duik weg, ik snap het niet ik wou alleen maar…

Aw. Oh.
Wat? Aha ja dat ken ik. Ding om mijn hals. Zeg, ik ben eigenlijk moe ik weet niet of ik wel zin heb om buiten te komen zou je me niet willen helpen leren rusten? Ik weet niet goed hoe dat moet alleen. Hallo?

Maar we zijn al buiten ik moet wel want je denkt dat ik teveel energie heb ik spring tegen je op en probeer je te zeggen dat ik eigenlijk wil leren rusten maar dat ik jou daarvoor nodig heb. Kan je niet even naast me komen zitten?
Nee.
Oke, de straat door. Wacht kan je iets minder snel want hier zijn geuren ik wil graag even aan die steen daar rui… he wacht nu even niet zo snel. Hijg hijg. Ik krijg aan dit tempo niks op zijn plaats in mijn hoofdje hoor. Waar ben ik wat ruik ik wie was hier? Hallo? Zeg he GENOEG. HAP.
In je jasmouw. Sorry maar je luistert nooit.

Oh je bent weer boos we moeten omkeren en terug naar huis nu nog sneller dit keer wat ga je rap ik wil gewoon eventjes hier staan en eens ruiken want.. hallo?

Hallo horen jullie mij eigenlijk wel?

Terug binnen. Hijg hijg. Wat voelen mijn spieren gespannen pfoeh. Wat een stress wat een gedoe. Ik wou gewoon rusten ik wilde niet al deze chaos en jullie zijn boos en die kleinste die beweegt zo snel ik snap het niet ik heb echt rust nodig zouden jullie me alsjeblieft willen helpen hoe rusten moet? Hallo?

Laat maar, het is niet erg hoor ik ben niet boos op jullie. Ik doe het zelf wel ik ga stilletjes daar in die verre hoek in mijn mand liggen maar dan moet ik eerst voorbij de kleinste en die is zo druk en.. he… nee wat doet hij nu? Ik ben zo moe dat is mijn mand waarom ga jij daar nu in ik wou daar slapen ik ben echt ten einde raad ik trek het niet meer HOOR JE MIJ?
HAP.
Oei. Zijn been. Hij maakt veel lawaai nu en iedereen is boos. Oh nee sorry. Sorry ik. Ik wou niet. Sorry.
Ik wil echt alleen maar. Sorry.

We gaan weer weg, de auto in ik snap het niet het is nu plots wel heel erg stil. Ik ruik… Wat ruik ik, angst? Ik snap het niet waar gaan we heen mag ik niet mee op schoot waarom moet ik achteraan ik mis mijn mama. Wacht wie is dat, mama? Vroeger. Dat was vroeger.

We komen toe het blijft zo stil ik probeer aan je gezicht te snuffelen het proeft naar zout ik vind dat raar waar zijn we hier?
Het is hier heel erg wit en licht en proper en zo glad en alles is zo raar en het ruikt hier. Het ruikt hier naar de d….
Oei.
Nee. Nee, dat was niet
wat ik bedoelde
Met
RUST

RIP❤️

Deze is voor alle mensen in de hondenwereld die er teveel moeten laten gaan, voor alle eigenaars met een zwaar hart, voor alle dierenartsen en asielmedewerkers met hun rug tegen de muur. Zonder wijzende vingers maar alleen maar een uitgestoken hand. We willen maar 1 ding; elkaar beter begrijpen. Laten we dat nooit loslaten🤞🏻