Kijk naar je hond

Door Ineke Vander Aa:

In ‘Dogsitief, de hoogsensitieve hond begrijpen en begeleiden’, moedig ik aan om te kijken naar je hond. Maar wat bedoel ik daar eigenlijk mee?

Vanuit onze kenniscultuur zijn we geneigd om het te begrijpen als een instructie tot observatie met pen en papier bij de hand. Om signalen op te merken met als doel ze te interpreteren. Dat doen we dan zo objectief mogelijk, en soms halen we een boekje erbij dat ons vertelt wat we zien. Terwijl we observeren en interpreteren, proberen we zo weinig mogelijk te beïnvloeden of te antropomorfiseren.

De ironie ligt erin dat onze nabijheid altijd een invloed uitoefent op de beleving van onze honden, dat we vanuit ons mens-zijn altijd ten prooi vallen aan een vorm van antropomorfisme, en dat geen van beiden altijd negatief hoeft te zijn. We kunnen er bijvoorbeeld voor kiezen om op veilig te spelen en er vanuit te gaan dat onze honden wellicht complex voelende en denkende wezens zijn. Op die manier kunnen we rekening houden met hun gevoeligheden, net zoals we graag hebben dat onze familieleden ook rekening houden met onze gevoeligheden. Net zoals wij graag werkelijk worden gezien als het individu dat we zijn: uniek en volwaardig.

Dat bedoel ik met ‘kijken naar je hond’: tijd en ruimte creëren om je aandacht werkelijk te leggen bij je hond, zonder een bepaald doel. Als we bijvoorbeeld signalen willen interpreteren, is de kans groot dat we (onbewust?) een invulling geven die aansluit bij onze verwachtingen én dat we de context uit het oog verliezen. Er gaat dan een heleboel waardevolle informatie verloren.

Als we eenvoudig de tijd nemen om aandacht te hebben voor elkaar, binnen een sfeer waarin ieder individu de ruimte krijgt om zich te uiten, dan beginnen we elkaar werkelijk te zien. We hoeven geen cirkelgesprekken te voeren over de stand van de staart, maar we kunnen kijken naar waar de interesses liggen van de hond. Wat vind hij belangrijk? Waaraan besteed hij meer of minder aandacht?

Of, beter nog, we kunnen ons helemaal geen vragen stellen en eenvoudig samen ‘zijn’.

Wat we ook kunnen doen, is ons openstellen voor duizend vragen zonder de intentie om op iedere vraag één vast antwoord te zoeken. Vragen stellen, sijpelt het bij me door, is waardevoller dan antwoorden bieden. Vragen stellen nodigt ons uit om te blijven denken en te blijven overwegen. Het nodigt ons uit om met onze volste aandacht te blijven kijken naar onze honden, en het biedt hen de ruimte om volwaardig wederzijds te communiceren.

Een voorbeeld: onlangs zei ik tegen David Pithie dat ik de indruk had dat Maya met de leeftijd trager begint te denken.

David antwoordde: ‘Denkt ze traag? Of denkt ze diep?’

… en met dat ene zinnetje kijk ik weer helemaal anders naar onze lieve (en wijze?) Maya.

8fd6863c-2ba2-4f3c-a9c0-68e6807d94a5
Maya de Wijze

 

Mindful?

Door Fleur Preckler:

mindfulness_poster_UK

We zitten samen op de dorpel van de boshut, hij en ik.

We kijken uit over de velden en ik stel me voor dat dit samen kijken, gedachten laten komen en gaan, mijmeren moet zijn. 

Golvend zachtjes mijmeren, toelaten en weer loslaten van niet geordende gedachten en flarden van woorden, ideeën en zinnen.

Ik bedenk dat het wat zou zijn, moest ik alles wat me nu overspoelt kunnen vastleggen. Dat er vast wel ergens een wetenschapper is die hiervoor iets aan het ontwerpen is. Dat het misschien wel de essentie van creatie is, dit toelaten en loslaten van niet geordende gedachten.

Ik neem me voor om straks, wanneer ik rechtsta om een trui te halen want het wordt toch wel fris en ik moet ook nog koken en had ik eigenlijk al hout voor de kachel of.. om straks eerst aan tafel te zitten en alles wat nu bij me opkomt, die flarden, neer te pennen. Dat zou goed zijn ja, dan doe ik er iets mee.

Tegelijk bedenk ik dat het plots niet langer gedachten laten komen en gaan is, wat ik nu doe, en dat hij waarschijnlijk veel rustiger en echter aan het mijmeren is.

Windlezen, zo vertelde iemand mij. Het is windlezen.

Ik moet denken aan die bekende cartoon die circuleert op internet, waarbij je boven mijn hoofd een gedachtenwolkje zou zien met alle duizend en één dingen waar ik nu toch plots mee bezig blijk te zijn. En boven zijn hoofd de gedachtenwolk met daarin gewoon de afbeelding van hij en ik, op de dorpel.

Ik kijk snel en stilletjes uit mijn ooghoek opzij want wil hem niet storen in zijn ‘zijn’ en zie hoe zijn neusje kleine beweginkjes maakt, zijn oogjes zacht, zijn gezichtje ontspannen.

Wat zou hij lezen in de wind? 

Zou hij begrijpen dat ik het ben die van hem leert en niet omgekeerd? Zou hij me vergeven voor alle beperkingen die de drukte van mijn mensenleven hem oplegt? Ik zoek naar een taal die ons verbindt om hem te zeggen dat het me spijt eigenlijk, dat ik zoveel van hem vraag. Hij zal het wel lezen toch, in de wind? Dat ik er voor hem ben maar me zo vaak tekort voel schieten. 

Hij verschuift een beetje, zucht eens diep en laat zijn hoofd vervolgens zachtjes rusten op mijn knie. Hij sluit de ogen. Het is goed, denk ik. Ik leg mijn hand op zijn hoofdje, en schuif een beetje dichter naar hem toe, want het wordt wat frisser, maar die trui, die kan nog even wachten.

Pakwerk? Opinie.

Door Ineke Vander Aa

Nellie_20

Vanmorgen kreeg ik de vraag of ik een vier maanden jonge Amerikaanse Stafford pakwerk kon aanleren. Ik, die het verhaal schreef van ‘Nellie, de hond die niet wist hoe hond te zijn’, een verhaal dat uitnodigt tot stilstaan bij de manier waarop we met honden omgaan.

Vanmiddag wandelde ik voorbij een terrein waar een Mechelse herder aan iemands pakmouw hing, naast een autoritair figuur dat bevelen riep en een groep glimlachende toeschouwers aan de zijlijn. Op de parking klonk vanuit een tiental wagens anticiperend geblaf.

Met mijn strooien hoedje zag ik er misschien als een hippie-achtig, goedgelovig type uit, terwijl mijn Hollandse herder aan een lange lijn liep te snuffelen. Het contrast was onthutsend.

Onze gedachten zijn steeds evoluerende uitvloeisels van o.a. de ervaringen die we hebben gehad. Mijn ideeën kunnen daarom sterk verschillen van die van de glimlachende toeschouwers. Ze hebben zich namelijk gevormd tijdens mijn talrijke ontmoetingen met honden die in opvangcentra terechtkwamen wegens een groeiend veiligheidsrisico. Een factor die ze verontrustend vaak gemeen hadden, was een voorgeschiedenis van pakwerk.

We spreken over wat bepaalde rassen vanuit hun genetische eigenheid ‘nodig hebben’. Over sport, zelfbeheersing, plezier en uitlaatklep.

Misschien vinden sommige honden pakwerk leuk. Dat zou kunnen. Ik kan me er geen beeld bij vormen, omdat ik het nog nooit op die manier heb geïnterpreteerd of ervaren. Mijn idee van plezier ziet er eenvoudig anders uit, en mijn ervaringen met pakwerk speelden zich af in opvangcentra en binnen langdurige trajecten van emotioneel herstel. Sommige verhalen eindigden met een finale zucht wegens een te groot veiligheidsrisico en gebrek aan verantwoorde opvangmogelijkheden. Een ander verhaal vind je in mijn huiskamer, opgelucht omdat geweld niet langer een terugkerende factor is in zijn leven.

Persoonlijk zie ik de noodzaak niet om een hond aan te moedigen tot gewelddadig gedrag. Op die manier plaveien we wegen in de hersenen die alsmaar vlotter begaanbaar worden, waardoor de kans groter wordt dat de hond overgaat tot bepaald gerelateerd gedrag in andere contexten. Een terugkerend argument luidt dat dit eenvoudig niet waar is omdat deze honden steeds ‘onder perfecte appèl’ staan. Het bewijs van tegengestelde ervaringen staat echter in mijn geheugen gegraveerd. Misschien moet ik maar eens lessen pakwerk gaan observeren om het plezier erin te zoeken. En misschien is het een goede deal dat lesgevers pakwerk dan gaan kennismaken met de honden in opvangcentra, en hun vaak uitzichtloze toekomst.

Honden zijn emotionele en denkende wezens, geen te automatiseren machines.

Het is aan ons om stil te staan bij de manier waarop we graag met hen omgaan.

Persoonlijk kies ik ervoor om met mijn honden om te gaan als gelijkwaardige zielen. Met ‘ziel’ bedoel ik een eigen unieke persoonlijkheid met een rijke emotionele beleving en de capaciteit tot zelfstandig denken, waarin veiligheid en verbondenheid centraal staan. En dan bedoel ik verbondenheid op z’n David Pithie’s, niet op de klassieke (en slaafse) hond-baas manier.

Op basis van welke waarden bouwen we onze relatie met elkaar en andere dieren? Een vraag die door iedereen anders zal worden beantwoord, maar die de moeite loont om te laten bezinken.

 

Toen ik het idee had om een gediskwalificeerde politiehond te adopteren…

Door Ineke Vander Aa:

IMG_4370
Dingo, juni 2019

Ongeveer een jaar geleden adopteerden we Dingo via Kirafiki Rescue, een proces dat begon met vele vragen en zweethandjes. Zijn verantwoorde adoptiekansen waren gering wegens ernstige elleboogdysplasie en een geschiedenis van pakwerk. Gekweekt om te intimideren en aan te vallen, was Dingo bij een politiekorps terechtgekomen dat hem afstond wegens zijn lichamelijke gebreken. Na enkele maanden in een koeienstal mocht Dingo voor het eerst proeven van huislijkheid binnen Kirafiki’s opvanggezinnen. En toen kwamen wij aan de beurt.

Omdat ik Dingo die eerste weken moeilijk kon voorspellen en ons gezin vele kwetsbare dierenzielen telt, legde ik de focus primair op het waarborgen van ieders veiligheid en welzijn. Dat was alvast spannend genoeg. Groot werden mijn ogen, toen ik als verse adoptante van een Hollandse herder een regen aan ongevraagd advies over me kreeg. Ik ontmoette een politieagente in een dierenwinkel, waar ze een hoesje kocht om de schokband van haar Mechelse herder mee te verhullen. Ze drukte me op het hart dat een hond die geboren werd om pakwerk uit te voeren, levenslang pakwerk moést uitvoeren. Anders zou hij me vroeg of laat bijten uit frustratie. Ze vertelde me ook dat iedere politiehond vroeg of laat zijn begeleider bijt. Dat moest ik er nu eenmaal bij nemen.

Toen Dingo en ik vanop een veilige afstand een groep drukke honden observeerden, riep een onbekende man dat ik geen angst mocht tonen. Ik moest zelfzeker op de andere honden afstappen en tonen dat Dingo volgen moest. Ik glimlachte alleen maar een beetje versteld.

Ik trok mijn dappere schoenen aan en contacteerde bioloog en veterinair gedragsspecialist Daniel Mills, die droog antwoordde dat hij geen reden zag om een hond, zeker een hond met een pijnlijke handicap, aan te leren om iemand aan te vallen.

Oef. Het idee van pakwerk bezorgt me immers de ‘chills’. Hoe meer een bepaald gedragspatroon voorkomt, hoe meer we dat paadje in de hersenen plaveien en hoe vlotter het voorkomt. Ook in contexten waarin we het liever niet zien terugkomen. De stroom aan herders met een geschiedenis van pakwerk die ik in asielcentra had ontmoet, hadden me dat bevestigd.

Nee, ik had weinig zin om voor Dingo in te vullen wie hij was en wat hij graag deed, op basis van rasgebonden vooroordelen. Ik liet Dingo me dat liever zelf tonen. Langzaam toonde Dingdong zich als een rustig type dat van niets in deze wereld meer houdt dan van affectie en lekker eten. Hij ontpopte zich tot een nieuwsgierige kerel met een onwaarschijnlijk observatie- en leervermogen. Hij imiteerde mijn graad van voorzichtigheid en vriendelijkheid in het omgaan met de andere dieren. (Pfieuw!)

Maar ik zag ook dat Dingo een jongekerel was die niet goed leek te begrijpen wat spelen was, en hoe dat dan moest. Zijn begrip van de lichaamstaal van andere honden leek verstoord. Opwinding interpreteerde hij als een startsignaal van oude lessen in intimidatie en grijpen. Bij dit gedrag toonde hij zich vooral ongemakkelijk en angstig.

De meeste honden die geselecteerd worden om pakwerk uit te voeren, hebben een aangeboren neiging tot angstgevoeligheid. Dat maakt immers dat ze sneller en heftiger reageren, dan een emotioneel stabiele hond. (A. Haverbeke, 2008)

Elke relatie is een steeds evoluerend proces met vallen en opstaan, ongeacht de betrokken diersoorten. Dingo en ik hebben er samen voor gekozen om geen pakwerk uit te voeren. Waar we wel op oefenen, zijn gedragingen als loslaten en bij me komen, zodat dit gedrag vlotter zou voorkomen in het geval dat Dingo ooit de jammere keuze maakt om te grijpen. We doen dingen waar we ons allebei comfortabel bij voelen, en nemen de tijd om elkaars groeiproces daarin af te toetsen. We gaan op snuffeltochten en spelen op onze eigen, eigenaardige manier. We houden elkaar vast en knuffelen elkaar. We gaan samen voor de kippen en de geiten zorgen, en speuren geurtjes op in de tuin. We klimmen over boomstammen in het bos en turen naar de eekhoorns. We blijven voorzichtig. We blijven immer voorzichtig, wetende dat er steeds een veiligheidsrisico aanwezig zal zijn. Maar we leven, we genieten en we evolueren. En stilaan, beetje bij beetje, beginnen we intens te houden van elkaar.

Proficiat met je eerste adoptieverjaardag, prinsje.

Gedachtensprongen van een jonge hond, laatste bladzijde

Door Fleur Preckler, hondencoach bij Shewolf:

96844271_10158327620993373_4302623856889167872_n

Ik ben nieuw hier. Sinds een paar maanden al. Ben ik nieuw hier en jullie. Jullie zijn druk. Lief hoor, maar wel druk.
Ik heb hier 1 plekje voor mezelf, dat ruikt nog wat naar vroeger. Al weet ik niet precies meer wat dat was. Mama?
Is mama vroeger?

Jullie zitten gezellig samen elke avond en er is ook een ding met veel geluid en licht en daar kijken jullie samen naar. Het lijkt er wel gezellig maar ik mag er niet bij, dat zeggen jullie dan. Om beurten gaan jullie later naar boven, de kleinste gaat eerst. Wat jullie daar doen weet ik niet. Ik mag er niet. Maar het lijkt me wel rustig. En donker. En stil.

Ik snap het niet zo goed het is druk en jullie zijn met veel. Veel indrukken en geuren en hoe moet ik dat allemaal leren snappen. Ik ben eigenlijk moe maar dat geluid en dat licht en daar in die andere ruimte daar ruikt iets lekker. Daar is iets warm en geurig ik wil daar dichter bij ruiken en proeven.
Wanneer jij voorbij me wandelt dan spring ik uit mijn mand en volg ik jou. OEPS wat is het hier spannend, ai ik HAP in je broek want het is eng en ik wil laten weten dat ik hier ben en de wereld nog te groot vind. Kan je me helpen kan je me geruststellen?

Nee aw oei ik deed iets fout denk ik, ik moet terug in mijn mand ik mocht niet. Nee ik had niet moeten. Och sorry, SORRY maar ik ben hier nieuw en jullie wereld is zo luid en ingewikkeld en niemand legt het uit en wat ruikt het daar lekker.

Jullie gaan aan tafel, al dat lekkers. Ik weet dat ik niet mag maar ik zou toch even. Mag ik misschien even dichter even nieuwsgierig? Mag ik ruiken alleen maar ruiken zo met mijn snoet in de lucht en misschien even bij je op schoot daar lijkt het veilig. Mag ik, zou ik durven? Ik ga dichter. Ja ik…

Oei. Nee. Nee dat mocht niet jullie zijn boos sorry. Er valt iets op de grond er zijn scherven iemand roept. Ik schrik, ik duik weg, ik snap het niet ik wou alleen maar…

Aw. Oh.
Wat? Aha ja dat ken ik. Ding om mijn hals. Zeg, ik ben eigenlijk moe ik weet niet of ik wel zin heb om buiten te komen zou je me niet willen helpen leren rusten? Ik weet niet goed hoe dat moet alleen. Hallo?

Maar we zijn al buiten ik moet wel want je denkt dat ik teveel energie heb ik spring tegen je op en probeer je te zeggen dat ik eigenlijk wil leren rusten maar dat ik jou daarvoor nodig heb. Kan je niet even naast me komen zitten?
Nee.
Oke, de straat door. Wacht kan je iets minder snel want hier zijn geuren ik wil graag even aan die steen daar rui… he wacht nu even niet zo snel. Hijg hijg. Ik krijg aan dit tempo niks op zijn plaats in mijn hoofdje hoor. Waar ben ik wat ruik ik wie was hier? Hallo? Zeg he GENOEG. HAP.
In je jasmouw. Sorry maar je luistert nooit.

Oh je bent weer boos we moeten omkeren en terug naar huis nu nog sneller dit keer wat ga je rap ik wil gewoon eventjes hier staan en eens ruiken want.. hallo?

Hallo horen jullie mij eigenlijk wel?

Terug binnen. Hijg hijg. Wat voelen mijn spieren gespannen pfoeh. Wat een stress wat een gedoe. Ik wou gewoon rusten ik wilde niet al deze chaos en jullie zijn boos en die kleinste die beweegt zo snel ik snap het niet ik heb echt rust nodig zouden jullie me alsjeblieft willen helpen hoe rusten moet? Hallo?

Laat maar, het is niet erg hoor ik ben niet boos op jullie. Ik doe het zelf wel ik ga stilletjes daar in die verre hoek in mijn mand liggen maar dan moet ik eerst voorbij de kleinste en die is zo druk en.. he… nee wat doet hij nu? Ik ben zo moe dat is mijn mand waarom ga jij daar nu in ik wou daar slapen ik ben echt ten einde raad ik trek het niet meer HOOR JE MIJ?
HAP.
Oei. Zijn been. Hij maakt veel lawaai nu en iedereen is boos. Oh nee sorry. Sorry ik. Ik wou niet. Sorry.
Ik wil echt alleen maar. Sorry.

We gaan weer weg, de auto in ik snap het niet het is nu plots wel heel erg stil. Ik ruik… Wat ruik ik, angst? Ik snap het niet waar gaan we heen mag ik niet mee op schoot waarom moet ik achteraan ik mis mijn mama. Wacht wie is dat, mama? Vroeger. Dat was vroeger.

We komen toe het blijft zo stil ik probeer aan je gezicht te snuffelen het proeft naar zout ik vind dat raar waar zijn we hier?
Het is hier heel erg wit en licht en proper en zo glad en alles is zo raar en het ruikt hier. Het ruikt hier naar de d….
Oei.
Nee. Nee, dat was niet
wat ik bedoelde
Met
RUST

RIP❤️

Deze is voor alle mensen in de hondenwereld die er teveel moeten laten gaan, voor alle eigenaars met een zwaar hart, voor alle dierenartsen en asielmedewerkers met hun rug tegen de muur. Zonder wijzende vingers maar alleen maar een uitgestoken hand. We willen maar 1 ding; elkaar beter begrijpen. Laten we dat nooit loslaten🤞🏻

Dogsitief, video-lezing

 

Shewolf staat onder andere bekend omwille van het boek met bijhorende lezing: Dogsitief, de hoogsensitieve hond begrijpen en begeleiden. Deze lezing wordt sinds enkele jaren ieder voor- en najaar op verschillende locaties in Vlaanderen georganiseerd, en kan telkens rekenen op een volle zaal met een gepassioneerd publiek.

Sinds de corona-maatregelen echter, dienen we creatief om te gaan met het aanbieden van deze lezing. Ook al versoepelt de overheid de veiligheidsmaatregelen, blijven we bij Shewolf toch liever voorzichtig. Daarom stellen we u de lezing voor in een originele, home-made docu-vorm. De video is educatief, hopelijk ook plezant, en vooral gemakkelijk te bekijken.

Deze video-lezing duurt ongeveer 1u30, en wordt op vaste dagen en uren exclusief aangeboden na inschrijving. Op onze evenementenpagina kan je terugvinden wanneer de video eerstvolgend beschikbaar is.

Hierboven kan je alvast de trailer terugvinden.

Hopelijk kunnen we op deze manier toch samen stilstaan bij de manier waarop we met onze honden (kunnen) omgaan.

Waarom Ineke voorlopig stopt met privé hondencoaching

Ik haal me de vaalgroene tinten nog zo voor de geest, van de plaats en het moment waarop ik besloot om hondentrainer te worden. Dat was ergens in de Sonorawoestijn, waar ik een talent bij mezelf had ontdekt. Ik experimenteerde met trainingsmethodes en omgevingen; las boeken, boeken, boeken, boeken; volgde een professionele opleiding; slaagde met onderscheiding; ging aan de slag als hondentrainer en opzichter in een hondendagverblijf. Ik had de tijd van mijn leven.

Gaandeweg implementeerde ik de principes van gehoorzaamheidstraining en doelgerichte conditionering binnen de gedragstherapie. Terug in België richtte ik Shewolf op en startte ik als dierenartsassistente. Daarnaast begeleidde ik mensen die problemen ervoeren met honden. Eerst op basis van klassieke gedragstherapie, maar stilaan begon ik achter dat getrain en gedrag gezichten te zien. Gezichten van individuen die me recht in de ogen keken en wachtten tot ik eindelijk terugkeek. Echt terugkeek.

Zodra we onze focus verleggen van de oppervlakte (gedrag), naar de diepte (het volwaardige individu met een complexe emotionele beleving), gebeurt er iets vreemds. Langzaam sijpelt er een besef onder de kieren van de deuren die je voordien gesloten hield. Ik had de kier kunnen dichtstoppen, me afwenden en blijven trainen om honden te kneden en te boetseren om hen in de vakjes te laten passen die we creëren met onze wensen en verwachtingen.

Maar ik kon het niet. In de plaats daarvan, opende ik de deur. Wat begon als sijpelen, werd nu een stroming. Die nam in korte tijd zo’n vaart dat hij me van mijn voeten wierp. Ik had me aan takken van sociale normen kunnen vastgrijpen, maar neen. Zoals zovele honden mij doorheen de jaren hadden vertrouwd, besloot ik hen nu ook te vertrouwen. Ik liet me meevoeren.

Daar ging ik dan. Alsmaar verder weg van de hondenwereld waarin trainingen, competitie en handel centraal staan. Alsmaar dichter bij het inzicht dat honden volwaardig voelende wezens zijn. Dat ze denkende individuen zijn, net als jij en ik. Dat ze anders zijn, als soort en individu, maar daarom niet minderwaardig.

Sinds enkele jaren ligt mijn focus voornamelijk op het waarborgen van het emotionele welzijn van de andere dieren waarmee we samenleven, vanuit een fundament van gelijkwaardigheid.

De voorbije jaren heb ik veel leed gezien. Bij mensen die problemen met honden ervaren vanuit eigen trauma’s, en ook bij honden die zich in allerlei bochten wringen om toch maar te kunnen functioneren binnen onze overheersend menselijke, verwachtingsvolle en prikkelrijke samenleving.

Het was mijn job om mijn energie uit te lenen om steun te bieden. Om alles uit de kast te halen om het welzijn te herstellen en te koesteren. Niet alleen van de hond, maar ook van de mensen en andere dieren waarmee hij of zij samenleeft. Dat is een uitdaging die van buitenaf vaak wordt onderschat, en mijn collega’s binnen de hondencoaching verdienen verdorie elke dag een nationaal applaus voor hun vaak ondergewaardeerde kracht en toewijding.

De waarheid is dat ik eigenlijk heel gevoelig ben. Wanneer iemand zich voor me openstelt, mens of ander dier, kan ik geen scherm optrekken om mijn professionele afstand te bewaren. Niks van. Op dat moment kan ik alleen maar terugkijken en zeggen: ‘Ik zie je. Kijk. Ik zie je en ik voel ook. Je bent niet alleen.’

De keerzijde is dat ik zoveel zie, dat ik zelf nood heb aan verwerking.

Zal ik nog actief zijn in de wereld waarin mens en hond elkaar vinden, verliezen en terugvinden? Natuurlijk wel. Maar ik dien een manier te vinden die bij mij past. Niet als hondencoach, maar als Ineke.

Ik start met het nemen van de afstand die nodig is om terug te keren naar mijn kern. Mijn stroming voert me mee naar schrijfprojecten die nu mijn volste aandacht verdienen. Hij voert me mee naar mijn fundament, en dat is de wolfhond die doorheen mijn avonturen aan mijn zijde stond.

Ik reflecteer en sta stil bij de levenslessen die hij me trachtte te tonen terwijl ik mijn best deed om anderen te helpen. Nu is de tijd om om te kijken en goed te kijken naar wat hij eigenlijk bedoelde, voordat zijn herinnering vervaagt.

600_22029506
Scout, 2011. Al was hij nog mooier geweest zonder gentle leader. 😉

Binnen Shewolf zal Fleur Preckler huisbezoeken overnemen waar mogelijk. Deze casussen zullen we samen bespreken, dus ze staat er niet alleen voor.

Mijn lezingen zullen in de toekomst blijven doorgaan, al zullen ze een andere vorm aannemen. Daarover volgt later meer info.

Bij dierenartsenpraktijken booZoo en Artemis blijven consultaties met een verantwoorde hondencoach eveneens mogelijk. Ook met hen zal ik op regelmatige tijdstippen samenkomen om casussen te bespreken en om samen na te denken.

Ik dank jullie voor de inzichten die jullie en jullie honden me de voorbije jaren hebben geschonken.

Denk eraan: de grootste wijsheden vinden we niet in boeken terug, in cursussen, trainers of diploma’s. De wijsheid waarnaar je zoekt, schuilt in de ogen van je hond. Al wat je moet doen, is die deur openen.

Ineke Vander Aa

P.S.: mensen die op dit moment nog begeleiding ontvangen, kunnen uiteraard nog op me rekenen voor nabegeleiding.

Brief aan mijn hond: hoe voelt het om hond te zijn?

cropped-13151495_1090442944353915_5693275308756816263_n.jpg

 

Er was eens een filosoof die Thomas Nagel heette. Eigenlijk leeft hij nog steeds. Misschien voelde hij zich nog fleurig in de jaren 1970 toen hij zich luidop afvroeg of we ooit kunnen weten hoe het voelt om een vleermuis te zijn. In ieder geval schreef hij er een essay over dat mij, decennia later, herinnert aan de nodige bescheidenheid wanneer we als mens in contact staan met andere dieren.

Neem nu die vleermuis. We weten dat een vleermuis zich navigeert via echolocatie. We weten dat hij ondersteboven slaapt en duizenden insecten per nacht vangt. We weten dat vleermuizen met elkaar communiceren via een hoogtoning ‘kekekekek’ dat wij mensen amper horen.

Dat weten we allemaal. Daar bestaan onderzoeken rond en we zien het met onze eigen ogen gebeuren. Maar stelt die letterlijke wetenschap ons in staat om werkelijk te kunnen begrijpen hoe het voelt om een vleermuis te zijn?

Nagel neemt het voorbeeld van pijn. Ja, we weten dat vleermuizen pijn kunnen ervaren. We weten hoe het voelt als mens om pijn te ervaren. Maar weten we daarom hoe het voelt als vleermuis om vleermuispijn te ervaren?

Natuurlijk niet.

Hoe kunnen we weten wat goed is voor vleermuizen, als we niet eens weten hoe het voelt om vleermuis te zijn?

De haren onder je teennagels groeien langer dan de haren bovenop je poten en tussen je teenkussentjes. Je loopt altijd op je blote voeten. Ik ken je geur en haal me je grijze vachttekening voor de geest met mijn ogen toe. Ik weet wat je lekker vindt en dat je die gezonde struisvogelkoeken links laat liggen. ‘s Ochtends groet je de dag met een wolvenhuil, en je communiceert met de andere honden via visuele signalen die aan de meeste mensen voorbij gaan. Ik vermoed dat je met veel meer visuele en olfactorische signalen communiceert dan wij mensen ooit zullen kunnen opvangen. Laat staan begrijpen. Ik weet dat je de kleur rood niet ziet en dat oranje voor jou eerder geel is. Ik weet dat je miljoenen meer geurreceptoren in die enorme neus hebt zitten dan ik. Je loopt op vier poten en je oren zijn als schelpen die het gepiep van ondergrondse muizen opvangen.

Ik weet dat allemaal. En toch stelt het me niet in staat om te weten hoe het voelt om jou te zijn. De enige die werkelijk weet hoe het voelt om een hondachtige te zijn, ben jij zelf. Het is dus niet aan een andere soort om jou te vertellen wat je nodig hebt. Om je te domineren of te onderwerpen. Het is aan de andere soort om vanuit een open houding naar je te kijken, en erin te berusten dat je verstandig genoeg bent om te tonen hoe je je voelt en waar je noden en grenzen liggen. Het enige wat ik als andere soort kan doen, is je daarin volwaardig respecteren. Je te steunen en begrip op te brengen als je dat nodig hebt, zoals jij dat ook voor mij doet.

Jij zal nooit weten hoe het voelt voor mij om mens te zijn.

Ik zal nooit weten hoe het voelt voor jou om hond te zijn.

Samen kunnen we wel eenvoudig zijn, en dat is voor mij genoeg.

Labels plakken: goed of slecht?

Onze kinderen krijgen bijna labels op hun schoolboeken geplakt, net onder hun naam. Bart, ADHD. Mieke, Hoogsensitief. Pieter, autisme. Dat vinden we normaal. Een beetje overdreven soms, want ‘alle kinderen hebben tegenwoordig wel iets’.

Wat als alle kinderen altijd wel iets hebben gehad, maar dat onze inzichten pas recent nauwkeuriger werden? En wat als alle kinderen tegenwoordig wel iets hebben, omdat hun breintjes manieren ontwikkelen om om te gaan met hun omgeving die voortdurend aan een snel tempo evolueert?

Als er gesproken wordt over ADHD, hoogsensitiviteit en autisme met betrekking tot honden, gaan menig wenkbrauwen omhoog. En dat terwijl onze zoogdierenbreinen binnen bijzonder gelijkaardige principes werkzaam zijn, en telkens terugkoppelen op dezelfde evoluerende omgeving, alleen vanuit een ander perspectief.

IMG_4533.jpg

Verantwoord labels plakken, kan alleen wanneer iemand kennis heeft van de meest recente wetenschappelijke inzichten over bepaalde karaktereigenschappen bij honden. Het kan alleen gebeuren na een professionele observatie en binnen een begeleidingstraject met oog voor het emotionele welzijn van je hond. Als we te weinig observeren en te snel interpreteren, krijgen we misvattingen. Zo wordt chronische overprikkeling in de praktijk vaak verward met hoogsensitiviteit. Ook wordt een verhoogde nood aan controle over de omgeving t.g.v. een onveiligheidsgevoel, vaak verward met autisme. Ook labels onderling worden vaak door elkaar gehaald, zoals ADHD en hoogsensitiviteit.

Wanneer labels onjuist aan een individu worden toegeschreven, beïnvloedt dat de manier waarop we met hen omgaan. Op dat moment stopt de observatie, en nemen verwachtingen de overhand. Voor het individu dat foutief werd gelabelled, heeft dat vaak een emotionele labiliteit tot gevolg. Dit zien we tot uiting komen in gedrag dat wij als probleemgedrag omschrijven.

Er schuilt dus een uiterste gevoeligheid in het label-plakken, en ik moedig daarom aan om vooral voldoende te blijven openstaan voor observatie.

Echter schuilt er ook een superkracht in het plakken van labels. Geen enkel individu past volledig in een hokje. Hoe een individueel brein werkt, kan wel gelijkenissen vertonen met een andere groep individuen. Inzicht in de manier waarop deze breintjes informatie verwerken, deze informatie omzetten tot biologische activiteit (activatie en deactivatie van neuronen, hormonen…), en de manier waarop hun perceptie het lichaam aanzet tot motorische responsen (gedrag), kunnen een wereld van verschil betekenen voor zijn/ haar emotioneel welzijn.

In de praktijk zien we dat het correct hanteren van labels kan leiden tot individueel aangepaste therapieën met een hoge succesfactor. Daarom hoop ik dat de toekomst meer wetenschappelijke inzichten kan verschaffen in de complexiteit en mogelijkheden van hondengedragstherapie.

Samengevat kunnen we stellen dat het onprofessionele toeschrijven van labels desastreus kan zijn voor het betrokken individu. Anderzijds kan het verantwoorde en correcte hanteren van labels een wereld aan inzichten verschaffen, met een hoog potentieel voor de verbetering van het emotionele welzijn van het betrokken individu.

Waar we het met z’n allen eens over kunnen zijn, is dat de emotionele beleving van de hond complex is. Er bestaat geen one size fits all– therapie om wat wij als probleemgedrag ervaren, te behandelen. Iedere hond is een individu met een eigen referentiekader, waarbinnen genetische- en omgevingsfactoren als de miljarden neuronen in onze hersenen bewegen en beïnvloeden, maar samen een complex geheel vormen.

Als labels ons ergens van bewust maken, dan is het dat. En daar kan ik mee leven.

 

 

 

#mydogtoo

Vele honden ontwikkelen reactief gedrag t.o.v. vreemden, net zoals vele vrouwen een afkeer ontwikkelen t.o.v. een bepaalde type man. Ik begrijp waarom.

Vandaag wandelde ik met mijn hond, Scout, door een stadje. Er naderde een groep mensen met een beperking, samen met hun begeleidster. Eén van de gasten rende naar ons toe, boog zich over Scout en aaide hem stevig over zijn rug.

Scout bleef staan en stond het toe, maar vond het niet zo fijn. Dat zag ik aan zijn strakke lippen, zijn stijve houding en zijn grote ogen die van de man wegkeken. Ik deed vriendelijk teken naar de begeleidster dat de interactie mocht stoppen. Ze beantwoordde me met een verontwaardigde blik. De man bleef aaien.

Ik glimlachte en verzocht verbaal om de interactie te doen stoppen, maar de verontwaardiging van de begeleidster werd alleen groter. Toen wandelde ik maar gewoon met Scout weg, wat volgens onze menselijke etiquette als onbeleefd wordt beschouwd. Jammer.

Ja. Een hond mag baas blijven over zijn eigen lichaam. Zelfs wanneer een persoon met een beperking er wat aan zou hebben om hem te aaien. Het is niet omdat een hond aanraking toestaat, dat hij het fijn vindt. Het is aan ons om de subtiele signalen van onze honden op te vangen en correct te interpreteren, en om de grenzen van onze honden te beschermen.

Ik denk ook aan schattige Jess, die in de stad woont en om de haverklap tegen zijn zin wordt verstoord, benaderd, toegesproken en aangeraakt, ongeacht tegenspraak van zijn mens. Het doet me een beetje denken aan hoe het voor mij voelt om door bepaalde delen van Brussel te wandelen. Gelukkig word ik daar niet aangeraakt, maar mocht ik een hond zijn, zou ik in dat geval bijten. Dat doet Jess ook.

Toestaan om aangeraakt te worden, is niet gelijk aan fijn vinden om aangeraakt te worden. Toestaan om aangeraakt te worden binnen een mogelijk bedreigende situatie, is een overlevingsstrategie.

Wanneer we onze honden onbewust aanleren dat hun subtiele signalen niet worden opgemerkt, hun grenzen niet worden gerespecteerd en ook verstijven tijdens de aanraking niet helpt, zal de hond steeds sneller overgaan tot duidelijkere communicatiesignalen, zoals blaffen, grommen, tanden tonen, happen en bijten.

DogStressFacialExpressionsVBTChin.jpg

Wanneer we de subtiele signalen opmerken en de grenzen van onze honden respecteren, helpen we de hond zich veiliger te voelen, en zal hij meer ontspannen kunnen vertoeven in nabijheid van vreemden. Als hij echter reeds een trauma heeft ontwikkeld, kan therapeutische begeleiding een meerwaarde zijn.

Deze stappen kan jij ondernemen wanneer je waarneemt dat je hond tegen zijn zin wordt aangeraakt:

  1. Verzoek op een rustige en vriendelijke manier om de interactie te stoppen.
  2. Raap je assertiviteit bij elkaar, ga tussen je hond en de persoon instaan, en voorkom zo verder fysiek contact. Je hond zal in de toekomst wellicht sneller achter je komen schuilen.
  3. Stop de interactie, en wandel rustig weg.

Herken jij je hond en jezelf in dit verhaal? Plaats dan de hashtag #mydogtoo op je tijdlijn, en help bewustzijn te verspreiden over het hondse recht om baas te zijn over eigen lichaam.

Kom op voor je hond.