Wanneer rusten niet zomaar gaat

Gisteren gaf ik een lezing waarbij ik mezelf vrijliet om ongeremd te praten over hoogsensitiviteit bij mensen en honden. Mijn keel deed er na afloop pijn van, alsof ik had geroepen. Misschien had ik dat ook wel gedaan. Ik weet het niet meer: soms voel ik alleen heel sterk en laat ik maar komen wat komt. Dan heb ik plots een lezing gegeven, een boek geschreven of een haan geschilderd. Gisteren zei ik tegen de deelnemers dat de intensiteit van zo’n ervaring me uitput. Hoewel het een positieve ervaring is, vergt hij veel energie waarvan ik na afloop moet recupereren. Ik zei: ‘Morgen doe ik niks.’

Vandaag plantten mijn man en ik maar liefst honderdtwintig bomen en struiken. Echt waar. Onze wangen kregen een gezonde blos, onze ruggen deden na de middag zeer, en toch bleven we putten graven en bomen planten. Putten graven en bomen planten. Het deed ons zo’n deugd dat ik bij zonsondergang ons terras nog schuurde. Toch was vandaag een rustige dag. Zalig ontspannen. Helemaal in het nu.

Vandaag zat mijn lichaam nog vol opwinding van gisteren. Als iemand me vandaag zou hebben verplicht om stil te zitten, dan zou ik me daar onrustig bij hebben gevoeld. Misschien zou ik wel chagrijnig hebben gereageerd. Mijn lijf moest iets met de opwinding van gisteren, en er is een dunne lijn tussen opgelegde rust en onderdrukking.

Misschien hoeven we rust niet steeds te identificeren met liggen of slapen. Misschien is rust voor iedereen en voor elk moment anders.

Voor mij school de rust vandaag in de aanwezigheid bij het moment. Er waren weinig gedachten over gisteren en weinig gevoelens over morgen. Er was alleen maar nu, zoals er altijd alleen maar nu is. De aarde tussen mijn vingers, de geur van grond in mijn mouwen. De regen in mijn krullen en de zwaai van het oude meneertje met de hond die net voorbij wandelde. Hij was ook in het nu. De echo van kletterende hoorns bij de spelende geiten. De hoge blaf van Maya die vond dat we dichterbij moesten planten. Nu.

De kern van rust ligt niet in vooraf opgestelde behandelingsplannen. De kern van rust ligt niet in een beeld dat wij hebben van hoe rust eruit zou moeten zien. De kern van rust ligt in de vorm waarin hij zich aanbiedt. Het enige wat we moeten doen, is voldoende alert blijven om hem op te merken en ruimte te bieden.

Misschien ligt de kern van rust wel in het laten varen van angsten over de toekomst of schuld over het verleden. De kern van rust ligt niet in de draaikolk van ons verstand. De kern van rust ligt hier, in het nu. Wanneer we anderen (honden of andere dieren) graag helpen met het vinden van rust, dienen we eerst te oefenen in het vinden van rust bij onszelf. Pas wanneer we zelf geoefend zijn in het volledig aanwezig zijn in het moment, kunnen we naar de andere kijken. We kunnen dan werkelijk aandacht schenken aan de andere en vragen: hoe gaat het met jou? Wat heb jij nu nodig?

Als vanzelf zal het antwoord zich dan helder aanbieden in een gevoel. Het antwoord zal niet bestaan uit woorden, diagnoses of doelstellingen. Het antwoord zal niet gaan over morgen of volgende week. Het zal niet gaan over de losloopzone, het kruispunt van het dorp, het bos of de schoolpoort.

Het antwoord zal gaan over Hier en Nu. En laat dat nu net het enige zijn wat we ooit werkelijk hebben. Laat dat nu net het enige zijn wat ooit werkelijk telt.

En nu… kuis ik mijn schop af.

Door Ineke Vander Aa

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s